STILLE NACHT

December feestmaand, lange avonden en veel lichtjes. Zo ken ik dat van Nederland. Sinterklaas ging wel aan ons voorbij, maar Kerst en jaarwisseling vierden we geregeld met vrienden. Altijd plezierig maar nooit zo uitbundig. Nu woon ik in een land zonder die Hoogtepunten van Hollandse Gezelligheid. Vooralsnog mis ik ze niet. Kurisumasu/Christmas is hier zo’n 30 – 40 jaar geleden geïntroduceerd door niemand minder dan Mister Kentucky. Ja, die van de ‘Fried Chicken’. Een Tokyose zetbaas van deze fast food keten (KFC) probeerde toen met een enorme reclame campagne de Japanse consument aan zijn gebraden kippetjes te krijgen. In TV spotjes vlak voor de kerst bood KFC zijn goudbruine en krokant gebakken stukjes kip als alternatief aan voor de kolossale kerstkalkoen. Schot in de roos. Het sloeg niet alleen enorm aan, het werd dé standaard voor een geslaagde kerstmaaltijd. Sindsdien geeft een bak gefrituurde KFC kip cachet aan Christmas in tal van Japanse huishoudens. Ze staan er voor in de rij*).
En voor wie de film Departures (2008) van Jōjirō Takita heeft gezien, herinnert zich misschien de scene waarin de begrafenisondernemer op kerstavond zijn personeel op een enorme doos KFC drumsticks trakteert. Toen een bizar detail, nu valt het kwartje. Christmas is dus een uit Amerika overgewaaide ‘marketing-tool’. Middenstand en horecawezen hebben er zich inmiddels op gestort. Zij gaan voor de ‘gouden eieren’ en gebruiken Christmas als advertisement om het commerciële gat tussen zomer- en winteruitverkoop te vullen. Stijve plastic kerstbomen, in dartele letters geschreven ‘Merrie Christmas’ en knipperlichtjes verwelkomen de klandizie. In warenhuizen en supermarkten druipen – Westerse – kerstliedjes als honing uit de speakers. Kassières dragen rood-witte santa claus mutsen. Stadse jongeren volgen internationale kersttrends zoals life style magazines ze voorschrijven. Kleding, diners, cadeaus. Hier op het platteland niets van dat alles. Zalig. Kerstdagen zijn hier gewone werkdagen. Terwijl in het westelijk halfrond de ‘jingle bells’ klinken stort de aannemer een betonvloer in onze keuken. Een pittige klus voor de bouwvakkers. Twee van hen – stukadoor en tegelzetter – werken tot half elf ’s-avonds om de toplaag spiegelglad te krijgen. Het is dan ijskoud. De betonvloer is hun laatste grote klus voor het nieuwjaarsverlof.
25 december – beton storten
Nieuwjaar is een hoogtepunt all overJapan. Daar wordt naar uitgekeken. Het is een feest met verschillende tradities en vrije dagen. Sowieso is op1 januari alles gesloten, ook de horeca. Alleen ons postkantoortje sluit op 2 januari als compensatie voor het bezorgen van alle  nieuwjaarswensen op 1e. Na het storten van beton zijn aannemer en timmerlieden alles gaan opruimen en schoonmaken. Dit valt onder die tradities: vóór nieuwjaar moet alles er pico bello uitzien en allerlei zaken afgehandeld, beloftes en afspraken nagekomen. Ook wij hebben in ons huisje de ramen maar eens gelapt en zijn met een stofdoek langs de richels gegaan. We zien de vaklui pas weer op 9 januari. Niet eerder zijn ze zo lang afwezig geweest. Zes dagen per week hoorden we het afgelopen half jaar vrijwel onafgebroken hun stemmen, lachen en getimmer. Het is nu dan ook ongewoon stil. Zelf brengen we het ‘kerstreces’ hoofdzakelijk klussend door: nu ons huis even niet het domein van de bouwvakkers is kunnen wij er onbelemmerd onze gang gaan. Een flinke partij oude en nieuwe deuren willen we voor de tweede week van januari geschilderd hebben, zodat de deurmaker ze kan hangen. Onze toekomstige slaapkamer dient als werkplaats. De net geïnstalleerde vloerverwarming draait er. Met de thermostaat op10 gr.C. houden we onze voeten warm en ons hoofd koel. Nog drie dagen te gaan voor de jaarwisseling: op 29 december bezoeken we op uitnodiging van Kuroda-san (‘opbouwwerker’ uit mijn vorige blog) het dorp Nyu om er een ‘mochi’-evenement **) mee te maken. Bedoeld om het vergrijzende en leeglopende platteland te revitaliseren. Traditioneel maakt elk huisvrouw haar eigen mochi. In Nyu gebeurt dat nu collectief. Wij zijn er op tijd en maken zo het hele proces mee, van het stoken van de houtvuren, koken en tot paté slaan van de rijst, het draaien van de ‘mochi-bolletjes, roosteren en consumeren. Het loopt niet storm ondanks een stralende winterzon, knetterende vuurtjes en stomende ketels. Vrijwel alle ± 25 bezoekers zijn familie, vrienden of kennissen – zoals wij – van Kuroda-san. De enige autochtonen zijn twee stokoude dames die er hun lokale producten verkopen. Verder wat ‘import’: de uitbater van een Italiaans restaurant (alleen op afspraak) en een filmmaker, die zich samen met de ‘opbouwwerker’ de hele ochtend uitsloven om van het ‘mochi-festival’ een succes te maken. Als publieke belangstelling hiervoor de graadmeter is mogen ze nog wel een tandje bijzetten. De leefbaarheid van het Japanse platteland gaat Hiroe en mij ook aan het hart. Elk initiatief dat daaraan bijdraagt kan op onze sympathie rekenen. Maar dit evenement heeft zelf iets van een mochi:  Plakkerig van binnen, gesloten van buiten. Incrowd organisatoren met teveel enthousiasme en te weinig strategie. Gelukkig zijn er onder de bezoekers ook enkele (jonge) mensen, die er bewust voor kiezen een bestaan op het platteland op te bouwen. Pioniers van de revitalisering. Hiroe vangt ze meteen in haar netwerk.
rijst tot paté slaan eten van mochi
Zondag 30 en maandag 31 december zijn voor ons werkdagen: doorgaan met schoonmaken en schilderen. Sakai-san, onze aannemer heeft aangekondigd die zondag samen met zijn vrouw te komen. Zij is nieuwsgierig naar het grote project van haar man en naar ons, de opdrachtgever ervan. In het afgelopen half jaar bezorgde ze ons geregeld via haar echtgenoot groenten, gerechtjes en zelfgemaakte jam, dikwijls begeleid door een kort handgeschreven briefje. Tot nu toe beantwoordde Hiroe haar attentheid met ‘tegengerechtjes’ of een A4tje met foto’s waarop wij van haar kookkunst genieten. Tijd dus om elkaar eens echt te ontmoeten.
In het gezelschap van hun dochter melden ze zich in de loop van de middag. Sakai-san – toch al de bescheidenheid zelve – houdt zich nu helemaal op de achtergrond. Terwijl de dames zich door ons huis laten rondleiden, inspecteert hij uitvoerig de onlangs gestorte betonvloer. Met aandacht bekijken ze het bouwproject en onderhouden zich met Hiroe, die met haar oranda-jin al zo vaak in huize Sakai over de tong is gegaan. Ze geeft ons zelfgemaakte soba (boekweitnoedels). Het klikt tussen Hiroe en Joko-san, niet alleen vanwege een gedeelde culinaire belangstelling, maar ook omdat ze allebei graag plaagstootjes richting Sakai-san uitdelen. Hij kan er wat verlegen maar altijd hartelijk om lachen. Ze slaan de aangeboden thee af en vertrekken na een uur. Ze zien dat we druk zijn en willen ons niet ophouden. De Sakai’s kunnen in elk geval dit bezoek schrappen van hun vóór 2019 nog-te-doen-lijstje. Zo’n gedachte schoot me ook te binnen toen Yamamoto-san ons in de loop van oude-jaars-dag belde voor een bezoekje eind van de middag. Hij komt hiermee zijn belofte na nog dit jaar een afspraak te maken. Yamamoto-san is een dorpsgenoot en lid van de gemeenteraad in Nara. Wij hebben vragen over onder andere het gemeentelijk beleid ten aanzien van de krimp op het platteland en de gemeentelijke watervoorziening en -zuivering. Ter illustratie van dat laatste biedt Hiroe hem twee glazen kraanwater aan: één rechtstreeks uit de kraan en één gefilterd door een peperduur apparaat. Het smaakverschil overtuigt. Het eerste smaakt  – vies – naar verdunde chloor, het tweede – lekker – naar zuiver water. Hij luistert niet alleen welwillend, maar deelt onze zorgen. Niet eerder sprak hij met burgers, die zo goed geïnformeerd zijn en zich zo kritisch uitlaten over de overheid. Hij noteert titels van boeken die Hiroe over de materie gelezen heeft en YouTube films over gezonde rijstteelt. Komend jaar zal hij erop terugkomen. ‘Afspraak met Okubo’ verhuist van het to-do lijstje 2018 naar dat van 2019. Dat jaar is nog lang. En zo naderen we het einde van 2018. ’s-Avonds zitten we getweeën lang aan tafel met wijn en lekkernijen. Tegen 12 uur kookt Hiroe de soba, die we ’s-middags van mevrouw Sakai kregen. Al weer een oudejaarstraditie. We houden de klok in de gaten om het uur 0 niet te missen. Met een ‘Akemashite omedetou’ – gelukkig nieuwjaar – stappen we 2019 in. Op het gezoem van de verwarming na is het verder muisstil. Het is misschien de stilste jaarwisseling, die ik ooit meemaakte. Het hele dorp is – elke dag van het jaar – vanaf een uur of negen ‘s-avonds al in diepe rust, er blaft zelfs geen hond. Af en toe slechts het geluid van een krolse kat.   *)  https://www.bbc.com/capital/story/20161216-why-japan-celebrates-christmas-with-kfc?ocid=ww.social.link.email **)’Mochi’ is een sterk elastische rijst-paté in de vorm van een geplet bolletje of rechthoekje. Het wordt traditioneel op nieuwjaarsdag ’s-ochtends gegeten, geroosterd dan wel in de miso-soep.