O-bon

 

Sinds afgelopen vrijdag liggen de renovatiewerkzaamheden in ons huis stil. De timmerlieden hebben vrij wegens O-bon, een soort Allerzielen dat elk jaar van 13 tot en met 15 augustus plaatsvindt. Het is geen nationale feestdag, maar nagenoeg alle bedrijven liggen stil en er is beduidend minder vrachtverkeer op de weg. Niemand maakt zakelijke afspraken. Vóór O-bon heeft iedereen het extra druk: allerlei klussen moeten voordien geklaard zijn, overal wordt opgeruimd, gewied, gemaaid en geveegd. 

De doden blijven hier bij de levenden horen: er zijn regels die aangeven waar, hoe vaak en op welke momenten sinds het heengaan de overledene herdacht dient te worden en dat is vaak. Al dan niet in aanwezigheid van een Boeddhistische priester. Maar altijd voor de Butsudan, het huisaltaar dat in praktisch ieder huis te vinden is, zeker hier op het platteland. Je vindt ze in soorten en maten, van kaal en eenvoudig tot rijken en barok. Achter openslaande kastdeuren bevindt zich een rijkversierd tabernakel als van een katholieke kerk, vol blinkend koperkleurig metaal, met centraal achterin een boeddhabeeldje. Eromheen kitscherige lampjes, kaarsjes en decoraties. In nisjes en op plateautjes leunen soms de portretten van overleden familieleden evenals kleine boekjes, waarin de genealogie van gestorven voorouders wordt bijgehouden. Hiervoor worden offergaven geplaatst zoals rijst, fruit en soms een boeketje. Tenslotte geheel vooraan een schoteltje om wierook te branden en een bel om de aandacht van de overledene te trekken. Geregeld nemen familieleden of bezoekers plaats op het kussen voor de Butsudan, steken een wierookstokje aan, luiden de bel en buigen devoot met de handen tegen elkaar het hoofd. Zo heb ik zelf verschillende keren tijdens bezoek aan vrienden dit ritueel uitgevoerd als uiting van respect voor zowel de levenden als de doden.

     

Tijdens O-bon verzamelen familieleden zich in het (voor)ouderlijk huis. Op de 13e worden voor het huis bij de poort of inrit links en rechts een busseltjes stro of houtjes aangestoken. De rook die hiervan opstijgt dient de geesten van de overledenen naar hun vroegere woning te gidsen, waar ze gedurende drie dagen in het gezelschap van hun nabestaanden kunnen verkeren. Er worden Boeddhistische soetra’s gereciteerd en wierook gebrand; natuurlijk wordt er uitgebreid – vegetarisch – gegeten. Een portie ervan wordt op het altaar geplaatst. Op de 15e begeleiden rooksignalen bij de poort de geesten opnieuw wanneer ze geacht worden terug te keren naar hun hemelse verblijfplaats.

Ook Japan kent secularisering oftewel verwereldlijking. Bij verschillende huizen zie ik uitgedoofde strobusseltjes, zoals bij onze buren, een drie generatie familie. Maar dit zijn wellicht evenveel symbolische  als letterlijke overblijfselen van een traditie die aan het verdwijnen is. Onze buurvrouw vertelt dat de jongste generatie niet voor O-bon thuiskomt; ze hebben het te druk. Er zijn bovendien nog drie andere momenten in het jaar waarop doden kunnen worden herdacht en de familie bij elkaar komt. Zij doet er nogal onverschillig over en het is met name haar bejaarde moeder die ‘het vuurtje aansteekt’ en de traditie levend houdt. Japanners gooien niet gauw iets weg, of het nu spullen zijn of gewoonten/tradities. Ze houden de vorm van tradities wel in ere maar over de inhoud maken ze zich niet meer zo druk.

O-bon betekent topdrukte voor de Boeddhistische clerus en omdat ook hier het aantal priesters slinkt kunnen ze de vraag amper aan. Ze haasten zich van het ene adres naar het andere. Zeker wanneer een dierbare minder dan een jaar geleden is gestorven is de aanwezigheid van een O-bo-san bij de herdenking gewenst. Hij of zij gaat voor bij het reciteren van de soetra’s en het branden van de wierook terwijl iedereen rondom het huisaltaar is verzameld. Afgelopen dagen ben ik er twee – in vol ornaat – tegengekomen, waarvan er een op een motorfiets. Helaas heb ik geen foto van de eerwaarde kunnen maken: zoals hij licht voorovergebogen op zijn tweewieler zat, in wapperende gewaden met een helm op waar hij normaliter een plechtige mijter draagt.

Vanochtend kwamen de timmerlieden weer opdagen en, gevraagd naar hun O-bon, lieten ze spontaan weten drie dagen vooral geluierd te hebben. Sakai-san, onze aannemer en vader van een van de timmerlui, vertelde dat hij het wel heel druk had met O-bon: zowel voor zijn eigen familie alsook ook vanwege de herdenking bij de familie van zijn echtgenote. Sakai-san junior zwijgt. Hij is ongetwijfeld aanwezig geweest in het ouderlijk huis, maar zijn zwijgen zegt genoeg over het belang dat hij hecht aan de traditie van de generatie boven hem.